"Dat betekent iets voor de positie van medewerkers. Ze moeten met meerdere disciplines leren omgaan en misschien ook meer financieel inzicht hebben. Ze zijn straks niet alleen verzorgende, maar een spil in de dynamiek rond een cliënt/patiënt waarin meerdere partijen een rol spelen. Dat vraagt om een ondernemende, flexibele en wendbare opstelling.” 

"Je kunt wel heel graag op een kinderafdeling willen werken, maar het kan best zijn dat je uiteindelijk als verpleegkundige in een wijk terecht komt. Dat moeten wij als onderwijsinstellingen beter voor het voetlicht brengen. We moeten ervoor zorgen dat studenten een reëel beeld hebben van de arbeidsmarkt - we moeten de transitie die gaande is al meegeven in het onderwijs. Neem de opleiding tot helpende (niveau 2). Daar is door alle ontwikkelingen steeds minder vraag naar. Die groep zal zich heel flexibel moeten opstellen om werk te kunnen vinden.” 

Op de vraag of onderwijsinstellingen dat niet beter vooraf kunnen vertellen, antwoordt De Kort: "We geven al vroeg aan dat het lastig is om op dat niveau werk te vinden in de zorg, maar je hebt veel jongeren die de opleiding willen doen om zo te kunnen doorstromen naar een hoger niveau.”

Ziektebeeld

Jorna: "Wat de opleidingen zelf betreft, zullen we meer moeten kijken naar de gemeenschappelijke componenten. We zijn nog te weinig geneigd daar integraal naar te kijken. We moeten niet meer vanuit één discipline (verpleegkunde, fysiotherapie of podotherapie) denken, maar vanuit de hele problematiek van de patiënt. Wat is het ziektebeeld? We zullen meer verbindingen moeten maken tussen de opleidingen en daar ook vaker techniek bij betrekken: tele- en zelfmonitoring.” De Kort: "En dan is het heel goed om in gesprek te zijn met zorginstellingen. Het is mooi als studenten bij innovatieve instellingen stage kunnen lopen. Het is ook heel belangrijk dat er voldoende geschikte stageplekken zijn.”

Jorna: "Zo’n werkgroep geeft ons een extra duwtje om de beweging te maken die we al hadden ingezet. We moeten meer dan in het verleden over de eigen muurtjes kijken.” 

De Kort: "Hoe houd je elkaar scherp? De nieuwe zorgprofessional moet zich blijven ontwikkelen.” •

We moeten niet meer vanuit één discipline denken, maar vanuit de hele problematiek van de patiënt

Regionaal Sociaal Akkoord 

Op 18 februari 2015 is het ‘Regionaal Sociaal Akkoord arbeidsmarkt zorg en welzijn Stedendriehoek en Noord-Veluwe’ ondertekend door overheden, kennisinstellingen en werkgevers- en werknemersorganisaties. Met het akkoord, dat voortvloeit uit het Akkoord van Beekbergen van juni 2013, willen de betrokken partijen zo veel mogelijk de mobiliteit van medewerkers organiseren.

In 4 werkgroepen - Mobiliteit, Toekomstgericht Opleiden, Participatie en Gezonde organisatie - wordt aan de doelen van het Sociaal Akkoord gewerkt. Een stuurgroep, onder voorzitterschap van de Strategische Board, monitort de voortgang en relatie met externe ontwikkelingen. De Strategische Board en WGV Zorg en Welzijn coördineren samen de uitvoering van het sociaal akkoord.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Linda van de Poll, beleidsmedewerker WGV Zorg en Welzijn, [email protected]