Verbinden informele en formele zorg
Als samenleving willen we dat zorg en welzijn beschikbaar blijven voor iedereen die dat nodig heeft. Tegelijk hebben we te maken met een vergrijzende bevolking en een oplopend tekort aan beroepskrachten in de sector. Als we niets doen, is er dus steeds meer zorg nodig met steeds minder professionals om die te leveren. WGV zorg en welzijn ziet een deel van de oplossing hiervoor in het beter verbinden van informele en formele zorg.
Steeds meer mensen hebben zorg nodig, terwijl er te weinig mensen zijn om die zorg te geven. Eén op de zes Nederlanders werkt in de zorg, en één op de drie is mantelzorger. Dat is op de lange termijn niet vol te houden. Daarom moet het anders.
Versterken informele zorg
We geloven dat formele zorg (zoals zorgmedewerkers) en informele zorg (zoals mantelzorgers of vrijwilligers) veel meer kunnen samenwerken. Denk aan buurtinitiatieven, zorgcoöperaties of wijkhuizen. Zulke vormen van ‘nuldelijnszorg’ kunnen helpen om de druk op de zorg te verlagen. Maar ook deze mensen hebben grenzen, en het is belangrijk dat we naar hen luisteren en met hen meedenken.
Belangrijke rol werkgevers
Werkgevers in zorg en welzijn hebben een belangrijke rol in het mogelijk maken van vernieuwing, bijvoorbeeld door anders op te leiden of ruimte te geven aan nieuwe vormen van samenwerking. Ook van de overheid vraagt dit aandacht: denk aan duidelijke regelgeving, passende financiering en ondersteuning die helpt om formele en informele zorg beter op elkaar aan te laten sluiten.
Meer aandacht voor welzijn en het sociale domein
Ook welzijn en het sociale domein verdienen meer aandacht als we de zorg toekomstbestendig willen maken. Initiatieven van bewoners, zoals zorgcoöperaties en wijkhuizen, spelen daarin een belangrijke rol. Ze helpen om problemen vroeg te signaleren en onnodige zorg te voorkomen. Deze vormen van georganiseerde informele zorg moeten een vaste plek krijgen aan landelijke en regionale overlegtafels. Want echte gezondheidsbevordering begint niet in de spreekkamer, maar bij mensen thuis – in de buurt, in het dagelijks leven. Alleen samen – professionals én betrokken burgers – kunnen we de sector sterk en werkbaar houden.


