
Het regionale traineeship voor jonge zorgprofessionals in Twente is uitgegroeid van een gesubsidieerd experiment tot een structureel en breed gedragen instrument om talent voor de zorg te behouden. Zorgorganisaties en onderwijsinstellingen trokken hierin samen op, met één helder doel: jonge professionals binden, boeien en langdurig aan de regio verbinden.
De ervaringen van de afgelopen periode leverden tien waardevolle lessen op.
1. Regionale samenwerking als gezamenlijke opdracht
De belangrijkste succesfactor blijkt het gezamenlijke hogere doel: het aantrekkelijk maken én houden van de zorgsector voor jonge professionals in de regio. Niet het belang van individuele organisaties stond centraal, maar het behoud van talent voor Twente als geheel. Dat vroeg om lef en flexibiliteit – bijvoorbeeld bij het overbruggen van verschillende cao’s, het aanbieden van diverse werkplekken en het loslaten van concurrentiedenken. De oorspronkelijke ambitie van een regionale baangarantie groeide realistisch door naar een intentieverklaring, gedragen door alle partners.
2. Communicatie als fundament
Heldere, consistente en herhaalde communicatie bleek essentieel. Van bestuurders tot buddy’s en trainees: iedereen moet goed weten wat het doel, de verwachtingen en de werkwijze van het traineeship waren. Vroege betrokkenheid, duidelijke formats en visuele ondersteuning hielpen daarbij. Ook werd duidelijk dat communicatie breed én herhaald moet worden ingezet – via bijeenkomsten, webinars, sociale media en pers. De kracht van herhaling mag niet worden onderschat.
3. Gelaagde begeleiding maakt het verschil
Het behoud van jonge professionals vraagt om goede begeleiding. Rondom iedere trainee werd daarom een gelaagd netwerk georganiseerd: een buddy op de werkvloer, een trainee-coördinator als verbindende schakel, structurele coaching gericht op persoonlijke ontwikkeling, een hoofdtrainer als programmaverbinder en praktijkgerichte intervisie onder begeleiding van HR en praktijkopleiders. Juist de samenhang en toegankelijkheid van deze rollen maakte de begeleiding krachtig en effectief.
4. Goede onboarding als randvoorwaarde
Een goede start bepaalt het vervolg. Wanneer onboarding niet goed geregeld was, had dat direct invloed op motivatie en betrokkenheid. Instrumenten zoals gezamenlijke startgesprekken, duidelijke verwachtingsafstemming en het boventallig inplannen van trainees in de eerste maand zorgden voor een zachte landing in de praktijk.
5. Praktisch en ervaringsgericht leren
Het ontwikkelprogramma werd bewust niet schools ingericht, maar gericht op doen, ervaren en toepassen. Thema’s als grenzen stellen, profileren, omgaan met collega’s en innovatie werden gecombineerd met vakinhoudelijke onderwerpen zoals palliatieve zorg en technologie. Korte, doelgerichte leerinterventies en ruimte voor zelforganisatie sloten goed aan bij de leerbehoefte van jonge professionals.
6. Drie leerlijnen als ruggengraat
Het programma kreeg structuur via drie vaste leerlijnen:
- Ik en mijn vak – persoonlijke ontwikkeling als zorgprofessional
- Ik en mijn werkplek/collega’s – samenwerken en functioneren op de werkvloer
- Ik en mijn innovatieve ideeën – bijdragen aan de zorg van de toekomst
Deze opzet gaf houvast en herkenbaarheid, terwijl de inhoud regionaal werd ingevuld vanuit de expertise van partners.
7. Bewustwording stimuleert ontwikkeling
Innovatief en veranderingsgericht denken is niet vanzelfsprekend bij de start van een loopbaan. Het traineeship stimuleerde daarom bewust reflectie, eigenaarschap en innovatiebereidheid. Door ruimte te geven aan verwondering, congresbezoek en het uitwerken van eigen ideeën, werd het ‘vlammetje’ voor ontwikkeling aangewakkerd.
8. Groei naar volwassen werknemerschap
Tijdens het programma groeiden trainees in verantwoordelijkheid en zeggenschap. Het delen van dilemma’s en uitdagingen vroeg lef, maar versnelde de ontwikkeling. Tegelijkertijd bleef er een spanningsveld tussen formatie en ontwikkelruimte. Het bewaken van het hogere doel – duurzame inzetbaarheid en behoud van talent – vroeg voortdurende aandacht van alle betrokken organisaties.
9. Voorbereiding bepaalt succes
De gezamenlijke voorbereiding vooraf bleek een doorslaggevende succesfactor. Werkgroepen rond werving & selectie, werkplek en ontwikkelprogramma zorgden voor gedeeld eigenaarschap en kwaliteit. Een heldere roadmap met duidelijke tijdslijnen, rollen en besluitmomenten is daarbij onmisbaar. Vroegtijdige afstemming voorkomt onrust en vergroot het vertrouwen bij trainees en partners.
10. Draagvlak op de werkvloer
Een belangrijke les was dat bestuurlijk commitment niet automatisch betekent dat het traineeship op de werkvloer direct wordt begrepen. Actieve doorvertaling naar teams, roosteraars en buddy’s is noodzakelijk.
Duidelijke positionering van de trainee als volwaardige collega en tijdige betrokkenheid van betrokkenen zorgen ervoor dat strategie en praktijk met elkaar verbonden worden.
Van experiment naar structureel regionaal instrument
Het belangrijkste resultaat: het traineeship is blijvend geland in de praktijk. Wat begon als een tijdelijk, gesubsidieerd initiatief, is uitgegroeid tot een structureel regionaal instrument voor talentontwikkeling en -behoud. Op basis van de gezamenlijke ervaringen is overeenstemming bereikt over de businesscase en is de continuïteit geborgd. Dit betekent dat vanaf nu ieder jaar in september een nieuwe groep trainees van start gaat.
Met dit traineeship werkt de regio Twente duurzaam samen aan de toekomst van jonge zorgprofessionals – niet voor één organisatie, maar voor de sector en de regio als geheel.
Meer weten?

Natasja Blokhorst
Trainee coördinator / regiomedewerker