
Bekwaam is inzetbaar – en waarom het meteen álles in beweging zet
Ze begon “gewoon” met één praktische vraag: wat moet iemand kunnen om op de huiskamer inzetbaar te zijn – van het moment dat een cliënt uit bed gaat tot het moment dat iemand weer naar bed gaat? Maar toen Elseline Timmer, adviseur leren & ontwikkelen bij zorgorganisatie WZU Veluwe (nu Lelie Zorggroep) aan de slag ging, gebeurde er iets interessants. Ineens stonden HR, ICT, leidinggevenden en teams allemaal aan haar tafel. Want zodra je mensen niet meer op functie, maar op bekwaamheid inzet, raak je meteen aan systemen, regels, beloning, rapporteren, leren en ontwikkelen.
Wat begon als een verkenning, groeide uit tot de beweging ‘Bekwaam is inzetbaar’. In dit interview deelt Elseline, aanjager Bekwaam is inzetbaar en Anders werken, hoe dat ging, waar het schuurt én waarmee je morgen al kunt beginnen.
Hoe ben jij betrokken geraakt bij bekwaam is inzetbaar?
“Dit startte zo’n drie jaar geleden, vanuit de subsidie Profportaal Zorg, samen met Omring en Defacto. Met een groepje medewerkers van zorglocatie De Boskamp in Epe zijn we aan de slag gegaan: wat moet iemand eigenlijk kunnen om echt goed inzetbaar te zijn op de huiskamer, gedurende een hele dag? Dus van opstaan tot naar bed gaan, en bij voorkeur met zo min mogelijk wisselingen in gezichten. Op het moment dat je dat concreet probeert te maken, merk je al snel dat je niet alleen naar taken kijkt, maar ook naar bekwaamheden: wat kan iemand, wat mag iemand, en in welke context? En precies daar begint het interessant te worden. Want zodra je ermee aan de slag gaat, komen er meteen vragen uit allerlei hoeken. Over wat iemand wel en niet mag doen, hoe je dat vastlegt in systemen, wat het betekent voor beloning of opleiding. In de coronatijd zagen we bijvoorbeeld dat mensen tijdelijk meer mochten doen. Dat werkte goed, mensen werden enthousiast, wilden zich verder ontwikkelen. En dan merk je: het blijft niet bij een idee, het zet echt iets in beweging.”
Was de arbeidsmarktkrapte de aanleiding?
“Niet direct. Natuurlijk wist iedereen dat de krapte eraan kwam, maar het was nog niet voelbaar. De start zat meer in de overtuiging dat we mensen slimmer en anders kunnen inzetten. Gaandeweg is die arbeidsmarktkrapte wel een versneller geworden. Het gaf extra urgentie en zorgde ervoor dat meer organisaties aanhaakten. Wat ook echt geholpen heeft, is dat we alles wat we deden zijn gaan delen. Dat was niet overal gebruikelijk, maar je merkt dat het werkt. Zodra je kennis deelt, gaan anderen dat ook doen. Het wordt iets gezamenlijks. Het is heel praktisch: doen wat nodig is, leren van elkaar en dat vervolgens weer passend maken voor je eigen organisatie.”
Wat maakt deze beweging zo complex?
“Het zit ’m vooral in hoe we gewend zijn naar zorg te kijken. We hebben lang gedacht: iemand komt binnen en de zorgmedewerkers nemen alles over. Terwijl we juist moeten blijven aansluiten bij wat iemand nog steeds kan, zodat de bewoner in regie blijft. Daarnaast zie je dat zorgorganisaties eigenlijk drie dingen tegelijk doen: zorg, welzijn en het gewone leven. Die rollen en taken lopen door elkaar heen, terwijl het eigenlijk verschillende rollen en taken zijn. We hebben hier ook te maken met een maatschappelijke ontwikkeling; het vraagt van iedereen anders kijken en andere keuzes maken. Ook van de ‘systemen’ eromheen. Als je daarop niet mee- of tegen beweegt, blijft het oude gedrag in stand. Daarom is ‘Bekwaam is inzetbaar’ geen los onderwerp. Het raakt de hele manier waarop we werken.”
Waar begin je als organisatie?
“Begin klein. Echt op je eigen vierkante meter. Kijk wat er al speelt: waar zit energie, waar lopen mensen tegenaan, waar zit urgentie? Dat kan van alles zijn. Iemand die binnenkomt en iets anders wil bijdragen. Een vacature die je op een nieuwe manier wilt invullen. Of een situatie in een team die vraagt om een andere aanpak. Tegelijkertijd moet je het grotere plaatje blijven zien. Dus klein beginnen, maar wel groot denken; kijk vooruit en bedenk wie je straks nodig hebt of waar het andere zaken binnen de organisatie raakt. Steeds schakelen tussen die twee. Daarbij helpt het enorm om vanaf het begin verschillende rollen te betrekken. Juist ook mensen die er op het eerste gezicht weinig mee te maken lijken te hebben. Die kijken vaak net anders en brengen nieuwe inzichten.”
Wie trekt zo’n verandering?
“Je ziet vaak dat mensen vanuit leren & ontwikkelen of HR het oppakken, maar eigenlijk begint het overal. Op de werkvloer gebeuren al dingen. Daar wordt al geëxperimenteerd, soms bewust, soms onbewust. Wat belangrijk is, is dat iemand de regie- en aanjaagrol pakt om die beweging verder te brengen. Niet door te overtuigen, maar door mensen mee te nemen, ook het bestuur en management. Door helder te maken waar je naartoe wilt en door te laten zien: dit is waarom we iets anders te doen hebben, en zo zou het eruit kunnen zien. En daarbij is het belangrijk dat je het vanuit meerdere kanten bekijkt. Dit is geen vraagstuk dat je vanuit één perspectief kunt oplossen.”
Kun je een voorbeeld geven uit de praktijk?
“Ik moet denken aan iets heel praktisch; het meten van de temperatuur van de koelkast in een huiskamer. Dat moest dagelijks gebeuren; meten en noteren. Als je daar met een team naar kijkt en de vraag stelt: waarom doen we dit eigenlijk? Dan blijkt vaak dat niemand het precies weet. Is het een wettelijke regel? Een organisatieregel? Of doen we het omdat we het altijd zo hebben gedaan? En zo ja, moet het dan op deze manier? Op zo’n moment ontstaat ruimte om het anders te doen. Teams gaan nadenken, nemen eigenaarschap en maken bewuste keuzes. Maar je ziet ook hoe kwetsbaar dat is. Als er vervolgens vanuit de organisatie weer een nieuwe regel wordt opgelegd, zonder uitleg, dan haakt de werkvloer af. Op deze afdeling zag je juist beweging ontstaan: het team nam initiatief en ging het gesprek aan. Het verschil zit echt in begrijpen waarom iets wel of niet nodig is, en samen zoeken naar hoe het dan wél kan.”
Wat betekent deze manier van werken concreet voor professionals op de werkvloer?
“Veel mensen hebben het gevoel dat ze meer moeten doen, maar in de praktijk klopt dat niet. In acht uur blijft acht uur. Wat verandert, is hoe je kijkt naar je werk. Je gaat anders onderscheid maken. Wat is echt nodig vanuit je vak? En wat draagt bij aan goede zorg, ook al werd het eerst als ‘extra’ gezien? Dingen die als ‘leuk’ worden bestempeld, zoals even iemand helpen met nagels lakken of een plaatje draaien, zijn vaak juist belangrijk. Alleen moet je ze niet zien als extraatje, maar als een bewuste interventie waardoor de zorg beter wordt en meer diepgang krijgt. Juist dan kun je dichterbij komen of iemand echt begrijpen. Die omslag in denken is cruciaal. Dan ga je het niet minder doen, maar bewuster en gerichter.”
Hoe kijk je in dat verband naar de rol van informele zorg en de instroom van nieuwe mensen van buiten de sector?
“Daar zie je ook een verschuiving. Het onderscheid tussen naasten en vrijwilligers wordt helderder. En mensen begrijpen beter wat hun rol is. Bij instroom van buiten de zorg zie je vaak eerst wat weerstand. Dat voelt onbekend. Maar zodra mensen zien dat iemand goed functioneert, verandert dat snel. Daar helpt het om verhalen te delen. Laat zien wat werkt. Maak zichtbaar wat het oplevert. Dat haalt veel twijfels weg.”
Waar staan we nu in de beweging?
“De vraag is niet meer óf we hiermee iets moeten, maar hoe. Organisaties zijn aan het zoeken: hoe richt je functies anders in? Hoe ga je om met beloning? Hoe maak je bekwaamheden leidend in plaats van functietitels? Dat vraagt om nieuwe keuzes en een andere manier van sturen. En dat is precies waar we nu zitten.”
Wat is jouw belangrijkste advies?
“Doe het niet alleen. Zorg dat het niet afhankelijk is van één persoon, want dan valt het stil als die wegvalt. Bouw een brede groep mensen om je heen. Betrek bestuur, HR, ondersteunende diensten en de werkvloer. En zoek niet alleen mensen die hetzelfde denken, maar juist ook mensen die anders kijken. Die houden je scherp. En: deel wat je doet. Ook als iets niet werkt. Het zijn geen fouten, maar ervaringen met een andere uitkomst. Daar kan iemand anders weer van leren. En zo kom je samen verder.”